Zie toe op jezelf en op de leer

Meditatie, uitgesproken bij de opening van het academisch jaar van het hervormd theologisch seminarie. Klik deze link voor de podcast.

Lezing: 1 Tim 4. Tekst: vers 16. “Heb acht op uzelven en op de leer; volhard daarin; want dat doende, zult gij en uzelven behouden, en die u horen.

De woorden van Paulus aan Timotheüs hebben een context: geloofsafval.

1 Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten, en leringen der duivelen, 2 Door geveinsdheid der leugensprekers, hebbende hun eigen geweten als met een brandijzer toegeschroeid;

De tijdgeest heeft zijn werk gedaan. We zien het overal om ons heen. De kenbronnen van Gods wil, natuur en Schriftuur (art.2 NGB), spraken ooit duidelijke taal. Ze doen het nog. Maar wie anders wil, schroeit zijn geweten toe. Een pijnlijk proces, waar je bewust moeite voor moet doen. Hermeneutiek wordt wegverklaren wat ons denken, begeren en doen in de weg staat. Ethiek met het imprematur van de tijdsgeest. We orkestreren nieuwe waarheden. Herhaling als de kracht van de reclame. Wie op de kleren van de keizer wijst, wordt gecanceld. Zo vermijden we confrontatie met Gods waarheid. We kennen het verschijnsel sinds de dagen van de profeet Micha en koning Achab.

Paulus voorziet dat deze houding prominent zal worden in het laatste der dagen. En hij waarschuwt Timotheüs ertegen. De apostel windt er geen doekjes om: “het zijn leeringen van duivelen.” Als je niet wilt afvallen van het geloof, moet je oppassen. Leer en leven gaan immers samen. Geloofsafval raakt beiden. Soms leidt een verkeerde leer tot een los leven. De theologen gingen voorop, zoals ds Lindeboom schreef over de afval binnen de gereformeerde kerken in Nederland. Volgens anderen, zoals dr. K. Dijk, was het omgekeerde ook het geval. “De Gereformeerde Kerken gaan veranderen,” zei hij, “eerst in het leven dan in de leer.” Kerk en theologie lopen vaak dertig jaar achter bij de wereld. De verleiding is dan groot om vervolgens goed te praten wat de mensen allang doen en denken. Zo werden evolutietheorie en ongetrouwd samenwonen normaal. Wiens brood men eet diens woord men spreekt. Inmiddels raakt het ook de kleinere verbanden. Ook dat voorzagen sommigen. Meer dan vijftig jaar geleden kwam professor Herman Ridderbos, de Kamper nieuwtestamenticus (1909-2007), zijn vrijgemaakte collega Jaap Kamphuis (1921-2011) op straat tegen. Ze raakten in gesprek: “De gereformeerde kerken gaan kapot,” zei Ridderbos. “Maar jullie volgen!”  Het is gebeurd. Zelfs de oude Burgwalkerk, ooit centrum van het kerkverband, is onttrokken aan de eredienst. Inmiddels staat de waterlijn in onze reformatorische gezindte.

Prof. Herman Ridderbos: “De Gereformeerde Kerken gaan kapot, maar jullie volgen.”

Het is in deze omstandigheden dat het Woord van God tot ons komt. U staat er als dienaar van het evangelie niet alleen voor. Hij laat ons niet over aan de machten dezer eeuw. Vanavond bepaalt hij ons bij het leven en de leer van voorgangers in Gods Kerk: “Zie toe op uzelf. En op de leer.”

Zie toe op uzelf

Met dat eerste is het al vrij vroeg misgegaan. We denken daarbij niet alleen aan het paradijs, maar helaas ook aan de kerk der reformatie. We wisten het: gered door het geloof uit genade alleen, niet op grond van eigen werken. Zo staat het ook in de Bijbel. Op bepaalde aspecten van de leer zagen we toe. Dat was ook heel belangrijk.

Echter, hebben toegezien op onszelf? Heeft de boom vruchten der bekering, concrete werken waaraan we het leven kunnen herkennen? Laten we meeluisteren met Erasmus als hij op 11 november 1527 vanuit zijn woonplaats te Basel in Zwitserland schrijft aan Martin Bucer. Erasmus legt uit waarom hij zich niet aangesloten heeft bij diens kerkelijke beweging.

“Je moet weten dat de eerste en belangrijkste reden die mij weerhield om mijzelf aan te sluiten mijn geweten was. Als mijn geweten mij had kunnen overtuigen dat deze beweging van God uitging, was ik reeds lang een soldaat in jouw kamp geweest. De tweede reden is dat ik waarneem dat velen in jouw kerk totaal geen deugdelijk leven leiden volgens het evangelie.”

Aan de vruchten herkent men de boom. De manier waarop de reformatorische leiders met elkaar omgingen, getuigde volgens Erasmus niet van de gezindheid van Christus. Zwingli, Luther en Osiander lieten weinig van elkaar heel. De leiderschapsstijl van Luther maakt onnodig grote brokken: “Je moet toezien op jezelf als de ogen van de gehele wereld op je gericht zijn.” Erasmus voorziet een eeuw van geweld en ellende als gevolg van gebrek aan “toezien op jezelf”. Het is ook gebeurd.

Hendrik van Brederode
Hendrik van Brederode

Dan was er volgens Erasmus het politiek monsterverbond met mensen die liegen, zuipen en overspel plegen. Leer en leven liepen gescheiden als het politiek minder goed uitkwam. De zondige levens van hooggeplaatsten waren kenmerkend. Helaas werden de woorden van Erasmus ook waar voor Nederland. Bijna veertig jaar na diens woorden overhandigde Hendrik van Brederode namens 200 adellijke leiders in ons land het smeekschrift der edelen, 5 april 1566. Groen, iemand die de grootste zorgvuldigheid betrachtte, zou later zeggen dat die man met geen mogelijkheid een christen was. Waarom niet? Omdat, wat Brederode ookal mocht geloven van vrije genade, zijn leven getuigde van dronkenschap en hoererij. Prins Maurits trouwde nooit, maar had een vaste maîtresse en talloze vriendinnen.(1) En zo voorts. Groen weerspiegelt in zijn beoordeling de geestelijke lijn van Teellinck. De nadere reformator uit Zeeland preekte heiligmaking als toetssteen van ware bevindelijkheid. Toon mij uw geloof uit uw werken. Dat begint thuis en op school. We luisteren nog even naar Erasmus:

“Als de man gezien had dat zijn vrouw dienstbaarder werd, de onderwijzer merkte dat zijn leerling gehoorzamer was geworden… dan zou (uw kerk) een mooi getuigenis van de leer van de evangelieën zijn geweest.”

Gods geboden beginnen thuis en op de reformatorische school. Geen woorden maar daden. Erasmus is verdrietig en opent zijn hart. “Erasmus van Rotterdam, met mijn eigen hand,” tekent hij. Zo laat hij zijn intensieve betrokkenheid bij het geschrevene zien. In zijn brief zagen we zowel de rol van het geweten waarover Paulus spreekt, als de speciale verantwoordelijkheid die een kerkleider heeft. Het gaat niet slechts onze eigen zaligheid aan, maar ook die van anderen.

en op de leer

Zie toe op uzelf. En op de leer.

De leer geeft ankering in waarheid. Zij helpt ons om het leven te zien zoals de Heere het ziet, de werkelijkheid zoals zij is en volgens zijn geboden. We leven in een tijd waarin mensen  eigen waarheden scheppen en hun gewetens toeschroeien. Ook onze reformatorische gezindte dreigt overspoeld te worden door modernisme, in denken en doen. We zeggen het (nog) niet hardop en houden de schone schijn op. Als we geen vruchten voortbrengen der bekering waardig, in doen en denken, zullen we eindigen als de grote kerkverbanden: met lege kerkgebouwen als herinnering aan het geloof van onze vaderen.

De leer begint bij Godsopenbaring. De twee kenbronnen Gods. Bestaat de Heere werkelijk en spreekt hij betrouwbaar door natuur en Schriftuur? Als we dat niet meer geloven gaat het mis. Dan wordt de natuur een toevallig product van evolutie. Gods wil valt er niet meer uit af te lezen. We hebben het boek dicht geslagen, het geweten toegeschroeid. Morgen gaan we naar het gemeentehuis om te vertellen dat ons geslacht veranderd is. Maar is het ook zo? Het boek der natuur blijft spreken, ook als wij onze oren sluiten en het geweten toeschroeien. Er is geen taal waar zijn spraak niet wordt gehoord. Dat geldt ook voor Gods heilig Woord, inmiddels via het internet en emigrerende dominees tot aan de einden der aarde bekend, volgens Calvijns’ evangeliecommentaar een laatste teken van de nabijheid van de wederkomst.

Zie toe op de leer.

Ontvouwen wij Gods heilig Woord? Wie echt gelooft dat we te maken hebben met het onfeilbare spreken van de Heere, probeert nauwkeurig te verstaan en door te geven wat er staat. Het is immers Godsspraak, de kerkvaders en reformatoren getuigen daarvan. Onze prediking ook? Is de leer die wij preken de boodschap van de tekst en de leer van de Kerk van alle tijden; of preken we onze eigen formule en moet het Woord ons dienen? Dan is het louter genade als we niet oogsten wat we zaaien.

Nemen we de Heere op zijn Woord? Er bestaat zowel rechtse als linkse Schriftkritiek. Kenmerkend voor beide is dat Gods Woord het wel zegt; “maar”: het staat er wel “maar” is niet voor ons bedoeld. Zijn wij de maat aller dingen bij het lezen van de Schrift, of laten we de Bijbel toe ons de maat te nemen? Dat zal bepalen waar we uitkomen als gezindte en of onze bediening waarlijk dienst des Woords was of een succesvolle loopbaan als dominee in de ogen van mensen.

Nemen we de belijdenis der Kerk ernstig? Het is belangrijk om juist in ons denken gehoorzaam te zijn aan Gods spreken. Als u het niet doet, kunt u zelfs niet zalig worden, zegt de belijdenis van Athanasius. Het doet er toe of we in de Drieëenheid geloven, de maagdelijke geboorte en de twee naturen van Christus. Het doet ertoe of schepping en zondeval realiteiten zijn of vrome sprookjes. Het doet ertoe of onze leer Gods heilig Woord reflecteert. Naarmate de Heere ons met verstand begiftigt, hebben we geestelijke en intellectuele verantwoordelijkheid.

Samenvattend, leer en leven horen bij elkaar. Wie echt belijdenis van de waarheid doet, gaat daarnaar handelen. Denken zet zich om in woorden en daden. Er wordt meegeluisterd en meegekeken. Op aarde, maar ook in de hemel. Daarom: Zie toe op uzelf en op de leer. Niet alleen vandaag. Volhard daarin, zegt Paulus. Het is een levensopdracht.

  • 1) Volgens ds. Bogerman zou prins Maurits op zijn sterfbed berouw hebben gehad over zijn zware zonden en tot inkeer gekomen zijn. Zie Johannes Bogerman, Het Christelijk overlijden van de doorluchtige en hooggeboren Prins Maurits van Nassau, Prins van Oranje, enz., Elzevier: Leiden 1625.

Ds. B.A. Zuiddam DTh PhD, 2 September 2022 ab anno Incarnatione Domini.

Leave a Comment

Your email address will not be published.