Over bekering wordt veel gedacht, gesproken en getwijfeld. Toch is het onderwijs van de Heere Jezus hierover heel concreet. Dat geldt ook voor het onderricht van de Kerk over de vier laatste dingen en de zeven hoofdzonden. Beide bepalen ons bij erbij dat dit leven tijdelijk van aard is. Iedereen zal sterven. Uiteindelijk moeten we verantwoording afleggen van onze daden.
Hierover deel ik met u de volgende video, opgenomen in de St Victorkerk in Apeldoorn. Deze vorm van preken waarbij de zeven hoofdzonden gesteld worden tegenover de zaligsprekingen als medicijn van Christus, werd reeds gebruikt tijdens de Carolingische Renaissance in de 8ste en 9de eeuw. Deze theologische opwekkingsbeweging greep terug op de Schrift en de kerkvaders.
Hrabanus Maurus (c. 780–856) is daarvan een van de duidelijkste voorbeelden.[1] Hij stelt elke hoofdzonde tegen over een zaligspreking. De toepassing is hier en daar iets anders dan ik het doe, maar dat komt omdat een zaligspreking soms op meerdere hoofdzonden bruikbaar is als medicijn. Maurus zegt “De Heer, zoals een goede dokter, reikt zeven verschillende remedies aan tegen de zeven belangrijkste ondeugden.”[2]
Alcuin van York (c. 735–804) heeft een vergelijkbare benadering en noemt de zaligspreking een stapsgewijs medicijn voor de ziel.[3] Dat doet hij in zijn commentaar op Mattheüs. In een ander boek stelt hij de evangelische deugden van de zaligsprekingen tegenover de zeven belangrijkste geestelijke ziekten van de mens.[4]
We komen dezelfde toepassing tegen bij Paschasius Radbertus (c. 790–865), maar met een iets andere volgorde, gebaseerd op de hoofdzonden zoals Gregorius die geeft.[5]
Haymo van Auxerre (gest. 875) roept de geestelijken waarvoor hij preekt eveneens op om de hoofdzonden te bestrijden met het woord van Christus in de zaligsprekingen.[6]
[1] Commentaria in Matthaeum V (de Mat. 5:1–12), PL 107, cols. 827–842.
[2] Dominus quasi bonus medicus contra septem vitia capitalia septem remediorum genera proposuit.
[3] Gradus medicinae animae. Commentarius in Matthaeum (de Mat 5), PL 100, cols. 955–960.
[4] De virtutibus et vitiis, PL 101, cols. 613–638, met name col. 616C–617B.
[5] Expositio in Matthaeum II, PL 120, cols. 183–195.
[6] Homiliae in Evangelia, Preek over de Bergrede, PL 118, cols. 57–62.
Preekschets
Schriftlezingen: Deuteronomium 32: 28-29; Mattheüs 5:1-16
Prediking: Daadwerkelijke bekering
Inleiding: Perspectief vanaf de berg voor discipelen, vs1-2
I -Zeven hoofdzonden en zeven bekeringsmiddelen,vs3-9
1) Wereldsgezindheid – de armen
2) Egoïsme – treuren
3) Geweld – de zachtmoedigen
4) Afgunst – naar gerechtigheid verlangen
5) Zelfverrijking – de barmhartigen
6) Zingenot – reinen van hart
7) Ledigheid – vredemakers
II -Band met de Koning en zijn rechten, vs10-12
III-Resultaat van bekering: heilzaam inzicht en bederfwerend, vs13-16

