De zwarte zijde van het Verzet

De grafsteen van Piet Rodenburg en zijn jong gestorven zoontje.

Het verzet pleegde tijdens de oorlog diverse ‘vergismoorden’. Ook gaf de ondergrondse bewust verkeerde of ongecontroleerde informatie aan de geallieerden waarvan onschuldige burgers slachtoffer werden. Daar is weinig over geschreven maar veel onder geleden.

De ervaringen van mijn familie zijn daarvan een sprekend voorbeeld dat recht tot spreken geeft. Opa Cornelis werd bewust doodgebombardeerd door de RAF omdat de ‘ondergrondse’ in Nijkerk hem zonder grond bij de geallieerden had beschuldigd van het vervoer van munutie voor de Duitsers. Een grove leugen die leidde tot de moord op een goede medelander. Tot dit jaar beschouwde onze familie het bombardement op het binnenvaartschip altijd als een ongeluk. Dat is ook op de grafsteen gezet. Maar het was moord.

Terwijl opa Cornelis begraven werd, liepen er mensen rond van het verzet die zijn dood op hun geweten hadden. Zij hadden mijn overgrootvader de dood ingejaagd en bijna tante Danie, zijn jongste dochter, ook. Een groot stuk vlees was uit haar kuit geslagen door een bomscherf. Met een ambulance, feitelijk een bakfiets met een overkapping werd ze naar het ziekenhuis in Nijkerk gejaagd. Dat was toentertijd tijdelijk ingericht op de eerste verdieping van het Tijsseling gebouw (later: de Gruno) aan het einde van de Wallersteeg. Daar werd vlees uit haar dij gebruikt voor transplantatie om het geslagen gat in de kuit te dichten. Voor opa was geen plaats in de ambulance. Zijn zonen Wouter en Henk hebben hem met een roeiboot opgehaald van de sluis waar het bombardement plaatsvond. Toen ze bijna bij de haven kwamen, ter hoogte van de plaats waar vroeger de grasdrogerij was, blies hij zijn laatste adem uit. Er bleek een bomscherf in zijn hoofd te zitten.

Dat de geallieerden voorgelogen waren door het verzet, is onlangs door onderzoek van de Stad Nijkerk in de RAF archieven gebleken. Opa Cornelis was niet het enige slachtoffer van eigengereide vaderlanders die door onkunde, stommiteit en gebrek aan professionaliteit en vooral ook integriteit een spoor van dood en verderf achterlieten.

Beperkt citaat uit de Stad Nijkerk, 4 mei 2020

Piet Rodenburg

Het gebeurde op 13 januari 1945. Piet Rodenburg was een lieve man van 39 jaar oud, vader van een gezin met jonge kinderen. Zijn vrouw was in verwachting. ’s Avonds werd er aangeklopt bij de boerderij aan de hoge dijk bij Aarlanderveen. Enkele mannen vroegen hem om even mee te komen. Blijkbaar was het bekend volk. Buiten aangekomen, kwam er een pistool tevoorschijn. Koelbloedig werd Piet Rodenburg doodgeschoten en onder het ijs geschoven.

Er is nooit iets over geschreven: geen archiefstukken en ook niets in de krant, want de regionale Rijnbode kwam al vanaf 1943 niet meer uit. Alle directbetrokkenen zijn inmiddels overleden.

Het was een zinloze moord, die waarschijnlijk berustte op een vergissing. Het zogenoemde ‘verzet’ had informatie dat Rodenburg een NSB’er was. Dat bleek achteraf niet te kloppen. En zelfs al was hij het geweest, dat geeft niemand een vrijbrief tot moord. Piet was een aardige man. Mijn hoogbejaarde oom molk er tijdens de oorlog ’s avonds de schapen. Ze gaven ongeveer een liter, zo weet hij nog te vertellen. Zijn zus kende de Rodenburgs ook goed, want ze hielp er als tiener in de huishouding. Hun oudste broer zat vlakbij ondergedoken. Het gezin Rodenburg wist ervan, maar tot het eind van de oorlog was hij veilig. Piet Rodenburg was geen verrader.

Zwijgen en doen alsof

De daders zwegen en beschermden elkaar. Er is voor deze lafhartige moord tijdens en ook na de oorlog niemand veroordeeld. De daders besloten samen dat het goed was geweest en hielden voet bij stuk. Ook al hadden ze ongelijk. Ze schiepen hun eigen waarheid en bleven erin geloven. Het strafrecht en de meldingsplicht van na de oorlog ten spijt.

Dat zwijgen en doen alsof gebeurde ook bij de beruchte aanslag in Putten. Het groepje ‘stoere’ mannen die de volstrekt onnodige aanslag pleegde op een onbelangrijk Duits officier bij de Olden Aller, bezwoer elkaar tot zwijgen. Toen geen van de daders zich aangaf, werd het nabijgelegen dorp verwoest en meer dan zeshonderd onschuldige mannen weggevoerd.

Uit de Nijkerkse Courant, met dank aan Stichting Oktober 44

Mijn oudoom was erbij, een schipper van 34 jaar die ondergedoken zat op een boerderij bij het landgoed Salentein op de grens met Nijkerk. Ze waren gewaarschuwd, maar het was zondag en de boer dacht dat ze nog wel even klaar konden eten. Ome Dirk is nooit levend teruggekomen. Ik erfde zijn boeken van Thomas Boston, ook “Het kromme in het Levenslot”. Hij is na de oorlog herbegraven bij zijn vader; ook een oorlogsslachtoffer, voor wiens dood het verzet ook verantwoordelijk was, maar nooit is gehouden. Oom Dirk had een vriendin in Nijkerk die ongetrouwd is gebleven.

Mijn vader had fijne herinneringen aan hem. Tijdens de oorlog voer ome Dirk met zijn boot op Amsterdam en dan vervoerde hij dikwijls stroop in vaten. Als het warm weer was, zette de stroop uit en met wat er aan de bovenkant uit de vaten perste vulde mijn vader als jongen dan een potje voor thuis aan de wal.


Vergeving?

Ja, de Heere kan het kromme van menselijk handelen gebruiken om gebeurtenissen te sturen. In onze ogen krom, tragisch, lafhartig en onvergeeflijk. Maar: Was er vergeving bij God voor de daders van Putten, voor de moordenaars van Piet Rodenburg?

Pas stond ik bij zijn graf op de begraafplaats in Aarlanderveen. Zijn vrouw gaf op 24 juli 1945 geboorte aan Adriaan Pieter. Twee maanden later was dit jongetje gestorven en begraven bij zijn vader, net als ome Dirk. Ik heb de handgeschreven sterfacte gezien uit het archief in Leiden, waar mevrouw Rodenburg de dood van haar zoontje meldde. Wat een onpeilbaar verdriet. Wat een schreiend onrecht. Een mooi gezin waar liefde heerste werd volslagen verwoest.

En de daders? Zij bleven zwijgen, want ze hadden ‘politiek correct’ gehandeld met de kennis die ze destijds meenden te hebben. Inmiddels zijn we 75 jaar verder. De mensen van het gelijk van toen zijn gestorven. Ze konden niet, maar moesten wel. Hun werken volgen hen na, tot aan de rechterstoel van God.

Met dank aan gemeentearchief Leiden

Geest van de revolutie

Waar mensen dat niet geloven, raken zij zichzelf tot wet. Als er geen hemelse overheid is, moet dat ook wel. Wij zijn dan zelf alles wat erover blijft. Misschien had dominee Kersten meer gelijk over de revolutionaire wortel van het verzet na de capitulatie van overheidswege dan we hem wilden toegeven. De staatkundige veranderingen van na de oorlog lijken hem gelijk te geven.

De stand van zaken na 75 jaar bevrijding: gesloten kerken en gebroken gezinnen. Moraliteit, wat aanvaardbaar gedrag is in een samenleving, wordt bepaald door politieke meerderheden. We doen letterlijk wat goed is in onze ogen. Het enige recht dat overblijft is om als samenleving onze eigen ethiek te bepalen en die “vrijheid” aan anderen op te leggen. We laten ons niets gezeggen. Als Gods geboden klinken, zwijgen we stil. Wij handelen politiek correct met de kennis die we menen te hebben. God bestaat niet of is niet relevant. Gezag moet zich waarmaken in aardse omstandigheden, anders luisteren we niet. Dat hebben we samen afgesproken.

Ook aan ons gaat de tijdgeest van de revolutie niet voorbij. Zullen we blijven zwijgen, ingekeerd in het eigen gelijk? Of melden we ons aan als zondaren bij de hemelse en, waar nodig, ook bij de aardse overheid?

Zie ook mijn bijdrage in het Reformatorisch Dagblad

Leave a Comment

Your email address will not be published.