Ambrosius tussen Schriftgezag en Pragmatisme

Afgelopen week was het mijn voorrecht om te spreken op een congres over de kerkvader Ambrosius, op uitnodiging van de Katholieke Universiteit Leuven en de Theologische Universiteit Apeldoorn.

Ethiek of plichtenleer is voor Ambrosius het doen van de wil van God, zoals die geopenbaard wordt in de Schriften. Voor de kerkvader is dat niet zozeer het volgen van regels, of het nastreven van natuurlijk rechtsbeginselen als zodanig, maar gehoor geven aan de stem van de levende God.  Wandelen met de Heere, het richten van het leven op God, heeft voor hem een persoonlijk element. Ambrosius leert dat de mens niet gericht moet zijn op materieel gewin en eigen belang, maar op het nastreven van de wil van God. Volgens de kerkvader geeft dat energie, net zoals een goede maaltijd het lichaam versterkt.

En zo gaat dit feest van Salomo niet over voedsel, maar over goede werken. Want aan welk feestmaal kunnen zielen zich beter tegoed doen dan aan goede daden? Of is er iets anders wat zo gemakkelijk de gedachten van de rechtvaardigen tevreden kan stellen dan het besef van een goed werk? Welke spijze is er aangenamer dan het doen van de wil van God, zoals geschreven is in het evangelie: “Mijn spijze is opdat ik zou doen de wil van mijn Vader die in de hemel is.[i]

Laten we ons in deze spijze verheugen, waarover de profeet zegt: verheugt u in de Heere! In dit voedsel verheugen zij zich die het wonderlijke vermogen hebben ontvangen om hogere vreugden te smaken, die kunnen beseffen waaruit reine, geestelijke vreugde voor de ziel bestaat. Laten we dus het brood van wijsheid eten en verzadigd worden met het Woord van God, want niet in brood alleen, maar in elke Woord van God is leven voor de mens die gemaakt is naar het beeld van God. Over de waarlijk gevulde beker met geperste drank zegt de heilige Job: “zoals de aarde bezig is om uit te zien naar regen, zo <verwachten> zíj mijn woorden.”[ii]

Het doel van de mens is het luisteren na en leven uit het Woord van God. Daarmee is de drijvende kracht achter de ethiek van Ambrosius beschreven. 1) Hij introduceert de Heilige Schriften als de focus van zijn bediening. Alles is gericht op het kennen en doorgeven daarvan. 2) Morele plichten vragen om Bijbelse bevestiging voor ze als zodanig aanvaard worden. 3) De eerste plicht van de mens is om zelf te zwijgen en te luisteren naar het Woord van God. 4) De verkondiging van het Woord is iets om voor terug te schrikken omdat het de profeet bepaalt bij zijn eigen zondigheid in het licht daarvan. 5) De Schrift is geen godsdienstige reflectie maar de stem van de levende Heer zelf. 6) Ook het schijnbaar vanzelfsprekende in het leven, zoals humor, dient daaraan getoetst te worden. 7) In plaats van het opeisen van eigen recht, beveelt Ambrosius zelfverloochening aan. 8) De mens vindt vreugde in het leven door het kennen en het doen van de wil van God zoals die kenbaar is in de Heilige Schrift.

Conclusie

Ambrosius’ plichtenleer in De Officiis bevestigt de hypothese dat de kerkvader niet opportunistisch of pragmatisch in het leven stond, maar dat zijn gehele denken en leven vanaf zijn doop en wijding tot bisschop onder dit beginsel stond. De materiële opofferingen die hij zich getroostte en de Bijbelfocus van zijn geschriften waarop Davidson en Bartelink reeds wezen, en de onverzettelijkheid waarmee de kerkvader weerstand bood aan keizers die naar zijn inzien de Goddelijke wet braken, vinden zo een natuurlijke verklaring.


[i] De Officiis 1.31.163: Itaque et illud convivium Salomonis non de cibis sed de operibus est bonis. Quo enim melius epulantur animi quam bonis factis? Aut quid aliud tam facile potest iustorum explere mentes quam boni operis conscientia? Qui autem iucundior cibus quam facere voluntatem Dei? Quem cibum sibi solum Dominus abundare memorabat, sicut scriptum est in evangelio: Meus cibus est ut faciam voluntatem Patris mei qui in caelo est.

[ii] De Officiis 1.32.164: Hoc cibo delectemur, de quo ait propheta: Delectare in Domino. Hoc cibo delectantur qui superiores delectationes mirabili ingenio comprehenderunt, qui possunt scire qualis sit munda illa et intelligibilis mentis delectatio. Edamus ergo panes sapientiae et saturemur in verbo Dei, quia non in solo pane sed in omni verbo Dei vita est hominis facti ad imaginem Dei. De poculo vero satis expresse dicit sanctus Iob: Sicut terra exspectans pluviam sic et isti sermones meos.

Leave a Comment

Your email address will not be published.